Nederland heeft een ‘Taskforce Bestaande Toepassing Staalslak’ nodig om te bepalen of giftige staalslak weer als bouwmateriaal mag dienen. Een verstandig plan, zou je zeggen, ware het niet dat de constructie zelf al een probleem is voordat er ook maar één advies ligt: de voorzitter van die taskforce is de burgemeester van een stad die het spul zelf nog in de grond heeft zitten. Het is geen verwijt aan de persoon, het is een vraag aan het systeem. Waarom kies je uitgerekend deze bestuurder voor deze rol, terwijl er zoveel andere kandidaten zijn zonder dat soort geschiedenis?
Die geschiedenis is namelijk niet mals. In 2019 legde Haarlem een park aan met grond waarin staalslak was verwerkt. Het college stelde gerust toen er vragen kwamen: de zuurgraad was weliswaar hoger, maar er zou geen risico voor de gezondheid zijn. Nu, jaren later, blijkt diezelfde gemeente financieel belang te hebben bij een uitkomst waarin staalslakken gewoon weer gebruikt mogen worden. Dat is geen persoonlijke schuldvraag, maar het is wel een schoolvoorbeeld van hoe je een proces níet inricht als je vertrouwen wilt winnen.
En vertrouwen is precies wat ontbreekt, gezien wat er verder boven water kwam. Dankzij een beroep op de Wet open overheid door Advocates for the Future ligt er een ambtelijk advies op tafel dat leest als een waarschuwing die genegeerd werd. Zet uw handtekening niet onder de Joint Letter of Intent, schreven ambtenaren op 25 september vorig jaar aan hun minister. Hij tekende toch, samen met zijn collega’s. In het stuk staat een zwartgelakt bedrag: wat Tata Steel kwijt zou zijn als het definitieve verbod op staalslakken doorgaat. Niet gevalideerd, schrijven de ambtenaren zelf, maar wel geaccepteerd als reden waarom Tata Steel zich uit de deal zou mogen terugtrekken.
Ondertussen wordt in Haarlem de Rustenburgerlaan aangepakt. Onder het asfalt ligt staalslak, ooit spotgoedkoop ingekocht als ‘secundaire bouwstof’. De sanering valt nu anderhalf miljoen euro duurder uit, puur omdat het giftige spul eruit moet en vervangen moet worden. Zo betaalt de gemeenschap alsnog voor materiaal dat Tata Steel ooit vrijwel gratis kwijtraakte.
Het echte probleem is dus niet één bestuurder met een ongelukkige dubbele pet. Het probleem is een systeem waarin afval eerst tot bouwmateriaal wordt omgedoopt, vervolgens verboden zodra de risico’s te evident worden, en de rekening tenslotte bij de burger belandt. Dat systeem repareer je niet door naar één naam te wijzen, maar door de constructie zelf te herzien.
– Rolf Deen